Als ze als kind niet altijd zo stil had hoeven zijn had ze vandaag misschien het hoogste lied gezongen
als ze als kind niet altijd zo alleen had hoeven zijn had ze vandaag misschien al lang iemand gevonden.

Als ze als kind niet altijd zo bang had hoeven zijn had ze vandaag misschien van iemand durven houden
als ze als kind niet altijd zo’n puinhoop had gezien had ze vandaag misschien kastelen kunnen bouwen.

Als ze als kind de warmte van de zomer had gekend was ze die warmte in haar winter nooit verloren
als ze als kind de warmte van een nest had gekend had het haar hele leven lang niet zo gevroren.

Als ze als kind niet al zo oud had hoeven zijn had ze vandaag nog een kinderlied gezongen
als ze als kind gewoon een kind had kunnen zijn was ze vandaag als een kind opnieuw begonnen.

Liselore Gerritsen, Uit Oktoberkind, 1984)